Digital Meeting – Oppervlaktebehandeling

We roepen allemaal dat we een duurzame samenleving ambiëren, maar als puntje bij paaltje komt, worden er in de bouwkolom toch andere keuzes gemaakt en is opeens de prijs leidend. Zonde. En als het gaat om een kwalitatieve conservering vooral een verkeerde zuinigheid. Reden voor Facade360 om een digital meeting te organiseren rondom het thema oppervlaktebehandeling met een aantal ‘conserveringsexperts’.

Het belang van een kwalitatieve conservering wordt onderschat

Dat klopt, kinkt het unaniem. Het is te wijten aan het feit dat er keuzes worden gemaakt louter op prijs in plaats van op performance. Een verkeerde zuinigheid, vinden de experts, want het komt de total cost of ownership (TCO) totaal niet ten goede. Duurzaamheid begint bij een zo lang mogelijke levensduur, dus een kwalitatief hoogwaardige conservering. Maar op de een of andere manier komt die boodschap niet tot bij de gebouweigenaren.

Want wat is echt goedkoop? Iets neerzetten dat veertig jaar of langer meegaat of na vijftien jaar al moet renoveren met alle gevolgen en kosten van dien. Dat wordt helaas nog niet of te weinig gezien. De hele bouwkolom is gebaseerd op de laagste prijs. Er moet een betere communicatie komen die reikt tot aan de eigenaar van een gebouw zodat hij begrijpt dat een hoogwaardige conservering juist geld oplevert.

Duurzaamheidsambities worden over het algemeen altijd geschrapt vanwege de prijs. Hoe krijg je die er wel in? Door het product op een andere manier aan te bieden en dat verhaal onder de aandacht proberen te brengen bij de vastgoedeigenaar. Een gevel die langer meegaat, presteert ook op esthetisch gebied beter. Dan veren ze meestal wel op. Maar die discussie vindt normaal nooit plaats, want de aannemer gaat dat niet vertellen.

Er wordt een treffende vergelijking gemaakt met corona en ventilatiesystemen. Opeens gaat iedereen zich in ventilatiesystemen en filters verdiepen. Er moet dus een soort van intrinsieke motivatie komen om (iets meer) te investeren in een kwalitatieve conservering. Draai het daarom om, luidt het advies. Door aan het begin ietsje extra te investeren in een betere conservering, bespaar je de komende 20 jaar bijvoorbeeld een x-bedrag aan onderhoud. Een beter geconserveerde gevel levert uiteindelijk dus geld op.

Hoe ontwikkelt de vraag naar verlengde garanties?

Er is volgens de experts de laatste jaren een wedloop aan de gang. Was voorheen 5 jaar garantie nog de standaard, intussen wordt al 15 jaar gevraagd. In het Verenigd Koninkrijk zijn garantietermijnen van 25 tot zelfs 40 jaar geen uitzondering. Je moet je alleen afvragen wat zo’n garantie inhoudt? Het is een constante discussie die wordt gevoerd. De termijnen worden opgerekt maar daarmee de lijst van uitsluitende voorwaarden eveneens.

De garantievoorwaarden worden vaak ook niet of nauwelijks opgevolgd, constateren de experts. Deels door onwetendheid omdat de voorwaarden niet of slecht bij de eindgebruiker terechtkomen. Het reinigingsverhaal is daarin een eeuwige discussie, maar is noodzakelijk voor het behoud. Daarover later meer. Ook is het belangrijk een constructie te engineeren die überhaupt te conserveren is. Op alle plekken. Daarnaast is de kwaliteit van de montage van belang. De manier waarop de conservering wordt aangebracht en onder welke condities is dus slechts een deel van het verhaal.

Als een gevelbouwer of aannemer de verantwoordelijkheid heeft voor de exploitatie van een gevel gedurende een bepaalde periode van bijvoorbeeld 25 jaar, dan wordt opeens wél gekeken naar het duurzame karakter én gedegen onderhoud. Dat soort ‘leaseconcepten’ zijn een positieve ontwikkeling voor de kwaliteit. Op die manier wordt voorkomen dat een goedkoper conservering wordt gekozen met misschien wel 15 jaar garantie, maar die bol staat van de uitsluitingen.

Wat is het belang van een kwaliteitskeurmerk?

Coaten, anodiseren, natlakken, oftewel het aanbrengen van een oppervlaktebehandeling, is een ervaringsvak. De kennis en ervaring van de applicateur is heel relevant en bepalend voor de eindkwaliteit. Een kwaliteitskeurmerk zoals Qualicoat, Qualisteelcoat of Qualanod betekent voor applicateurs dat ze zich ook onderwerpen aan onafhankelijke inspecties. Die zijn in de eerste plaats bedoeld voor het verlengen van de licentie, maar de resultaten gaan tevens geanonimiseerd naar Zurich en worden daar in een database opgeslagen.

Eén keer per jaar buigt een technische commissies over eventuele zwakke plekken in de rapportages. Hier worden verbetervoorstellen op losgelaten. Dat gebeurt wereldwijd. In feite heb je met zo’n kwaliteitskeurmerk dus de ervaring van alle applicateurs uit jouw specifieke technologie over tientallen jaren. Wereldwijd. Hoeveel ervaring/zekerheid wil je hebben?

Ten tweede worden er steeds nieuwe technologieën ontwikkeld onder druk van nieuwe wet- en regelgeving. Dat kun je in bestekken bijna niet meer volgen. In SKG- of VMRG-voorwaarden worden daarom vaak geen specificaties meer gesteld, maar wordt verwezen naar een oppervlaktebehandeling conform Qualicoat, Qualisteelcoat of Qualanod. Het is steeds gebruikelijker, omdat er geen andere objectieve meetmethoden of inspectiemiddelen zijn.

Wat zijn de eisen ten aanzien van onderhoud? En worden die ook nageleefd?

Uit de garantieclaims is overduidelijk af te leiden, dat de eisen van periodiek onderhoud niet worden nageleefd. Bij oplevering wordt per definitie niet verteld dat de gebruiker onderhoud moet plegen. En zelfs als het al gebeurt, moet het schoonmaken wél goed gebeuren. Wat je vaak ziet, is dat als er volgens de voorschriften een PH-neutraal reinigingsmiddel wordt gebruikt, dat het in alle naden en kieren kruipt. Het water verdampt en het chemische bestanddeel, dat al lang niet meer PH-neutraal is, blijft achter. Gevolg: ellende.

Omdat niemand zich schijnbaar aan de reinigingsvoorschriften houdt, adviseren de experts de keuze bij de opdrachtgever te laten. Er bestaan onderhoudsvrije conserveringssystemen, maar die zijn in aanvang duurder. Echter, zoals al eerder aangehaald, de meerinvestering is peanuts ten opzichte wat je aan totaal onderhoud kwijt bent om aan de garantieverplichtingen te kunnen voldoen. Want dat is ook nog een gevolg: als blijkt dat er geen of achterstallig onderhoud is uitgevoerd, is het lastig om aanspraak te maken op de verleende garanties.

Voor architecturale toepassingen wordt daarom eigenlijk nauwelijks nog gebruik gemaakt van Qualicoat klasse 1 poeders, constateren de experts. De onderhoudskosten zijn aan het einde van de rit afgrijselijk veel hoger dan van een super durable klasse 2 product. Als je het prijsverschil doorrekent naar onderhoudskosten per vierkante meter is de keuze snel gemaakt. Ook het kleur- en glansbehoud van een klasse 2 poeder is vele malen hoger. Dat laatste geldt voor een geanodiseerd oppervlak misschien nog wel meer. De conservering wordt niet op de huid, maar in de huid aangebracht met een sterkere toplaag en langere (gegarandeerde) levensduur als gevolg tot soms wel 40 of 50 jaar conform British Standard.

Hoe belangrijk is een goed basismateriaal?

Voor een hoogwaardige conservering is de kennis en ervaring van de applicateur belangrijk, maar zeer zeker ook de kwaliteit het basismateriaal dat geconserveerd moet worden. Daar is de markt zich nog niet voldoende van bewust. Naarmate er meer gelaserd wordt, krijgen de applicateurs te maken met meer scherpe kanten in plaats van de vereiste afgeronde hoeken. Het heeft absoluut invloed op de eindkwaliteit, maar de experts hebben het gevoel dat er te weinig aandacht naar uitgaat. Som kun je je jas ophangen aan de bramen op het basismateriaal…

De wens is om de eindkwaliteit veel hoger op de agenda te krijgen en dat vraagt om ketensamenwerking. Alles draait om betrokkenheid. De applicateur is slechts één van de vele schakels die zijn proces perfect moet beheersen om uiteindelijk aan de eindklant een kwalitatief hoogwaardig product op te leveren. Het begint met het ‘conserveringsvriendelijk’ ontwerpen en engineeren. Een gevecht dat al tientallen jaren wordt gevoerd en de laatste decennia meer is gaan leven. Het is altijd de applicateur die het zaakje recht moet poetsen.

Op het moment dat er betrokkenheid is en het belang van conserveringsvriendelijk construeren aan de voorkant wordt ingezien, dan pas kan je aan het einde van de rit de duurzaamheid borgen. Ook keurmerken onderkennen dit ‘probleem’ en zijn aan het kijken hoe het proces meer ketenintegraal kan worden opgepakt. Een materiaalpaspoort zou een oplossing kunnen bieden, dat het hele proces borgt vanaf het extrusiebedrijf tot aan het moment dat het product aan de gevel gemonteerd is, maar waarin ook onderhoud en eventueel een tweede leven wordt geborgd.

Wat zijn de uitdagingen met betrekking tot het steeds hoger aandeel gerecyclede content in het basismateriaal?

Door het recyclen komen er allerlei sporenelementen in de legering voor die er van oorsprong niet in zaten. Dat heeft ogenblikkelijk consequenties voor de hechting. Op het moment dat hechting een dingetje wordt of bij anodiseren het sluiten van de laag, dan heb je een probleem: visueel én zwakke plekken. De ene legering vraagt weer een andere voorbehandeling dan de ander. Je zal dus aan de voorkant exact moeten weten welk materiaal je gaat conserveren. Een materiaalpaspoort is dan zeker relevant en kan soelaas bieden.

Een aspect dat minstens zo belangrijk is in het recyclen van in dit geval aluminium, is de manier waarop dat gebeurt. Je kan wel verouderde aluminium kozijnen recyclen tot bijvoorbeeld koffiecupjes, maar andersom is iets minder. We zullen dus moeten nadenken of we bereid zijn om aluminium in drie verschillende stromen in te zamelen. Allemaal zaken die in het kader van discussies rondom ‘Nederland Circulair in 2050’ heel relevant zijn, maar niet volgende week zijn opgelost.

De problemen die we nu ervaren met gerecyclede content, zijn niet van vandaag of gisteren. Ze spelen al veel langer, maar komen juist nu aan de orde omdat applicateur vroeger een aantal systemen mochten gebruiken die redelijk robuust waren: Chroom VI. Tegenwoordig stelt de overheid dat we stoffen gebruiken die milder zijn voor mens en milieu. En daardoor ook minder impact hebben op metalen. Juist om die redenen is een gedegen voorbehandeling met pre-anodiseren sterk in opkomst. De eindklant kan dus alleen maar geholpen worden als de hele keten wordt beheerst.

 

Hieronder een overzicht van de experts aan onze digital meeting. Klik op de separate links voor een indruk van de laatste trends en ontwikkelingen omtrent oppervlaktebehandeling.

 

Alucol – Ramon van Dongen 

OZ Architect – Koen Vos

Akzo Nobel – Mattijn Klaver

IGP Powder Coatings – Erwin Kleuters

Alkondor – Martijn Veerman

Dijkman Coating – Roel Dijkman 

Alural – Philip Hilven

Jonkman Coating – Gerald Oude Nijhuis

Vereniging ION – Egbert Stremmelaar