(R)evoluties in de Belgische gevelbranche

 

In Nederland zijn we inmiddels de bouwcrisis te boven. De Belgische bouwsector daarentegen werd niet getroffen door de crisis. Wat is het effect daarvan geweest op de ontwikkelingen in de sector en met name de gevel? We maken voor de gelegenheid een uitstapje naar Antwerpen en hebben een aantal experts uitgenodigd die aan onze Ronde Tafel Sessie hun visie geven op de ontwikkeling van de gevel in België. Een boeiende discussie met veel interessante inzichten en producten.

In de gevel zijn vooral de laatste jaren veel evoluties waar te nemen en die trend zet zich nog wel even door, verwacht Reginald Schellen. “Vroeger was een gevel vooral decoratief van aard, vandaag moet een gevel een groot aantal functies vervullen. Op termijn kunnen we niet meer zonder een intelligente gevel,” verwacht Schellen. “Er worden steeds hogere eisen gesteld aan de isolatie als gevolg van BEN (Bijna Energie Neutraal) in 2020. Het gaat heel moeilijk zijn om daar nog aan te kunnen beantwoorden, zeker omdat men anderzijds ook veel daglicht binnen wil krijgen. De gevel zal dynamisch volgens de seizoenen moeten evolueren. Een mooie uitdaging.” Frank De Cock: “Een jaar of zes geleden was een dynamische gevel een van de topics bij Living Tomorrow in Vilvoorde. Een gevel die volgens de seizoenen bepaalde verwarmings- of koelingseffecten kan geven. We kunnen daar tegenwoordig op inspelen met zogenaamde cool-coatings, die zelfs in een donkere kleur de warmte niet absorberen, maar zich op dezelfde manier laten opwarmen als lichte kleuren.”

MVL-5

Kleurrijk
Over kleuren gesproken, Paul De Smet constateert dat er steeds meer kleuren worden toegepast in de gevel. “Vroeger was het in België ondenkbaar om met kleur te werken in de gevel. Vandaag zien we juist de trend naar meer kleur, waaronder ook opengewerkte gevels met een gekleurd membraan erachter.” Ook Remco Baartmans ziet een toename in gebruik van kleur. “Vijftien jaar geleden bestond 95% van onze omzet uit zilverkleurig naturel geanodiseerd aluminium, inmiddels betreft ruim 70% kleuranodisatie, in goud en brons met name. Daarnaast is er meer vraag naar structuur in het oppervlak; geborsteld, glans,… Kortom, gevarieerde eisen die we jaren geleden niet tegenkwamen. In België wordt er over het algemeen ook iets meer geïnvesteerd in de gevel om deze onderscheidend te maken.” Luc Timmermans nuanceert het enigszins: “Veel kleur in de gevel? Wij merken toch nog vooral het syndroom van het bekende boek ‘vijftig tinten grijs’. Ruim 80% van onze beplating varieert in kleur tussen wit en zwart met een uitschieter naar antraciet grijs,” lacht hij. “Ik denk dat we met twintig kleuren ruim 85% van de omzet behalen.” Reginald Schellen: “Als wij bij systeemhuizen informatie of monsters aanvragen, is dat veelal in één en dezelfde donkere kleur.” Frank De Cock heeft hiervoor wel een verklaring: “Het grote probleem van de aluminium industrie is dat zij de kracht heeft verloren die zij in de jaren tachtig wel had, waarin aluminium werd gepromoot in een veelvoud van kleuren en effecten. Men is die promotie naar kleuren en effecten gaan verliezen ten opzichte van de techniciteit.” Remco Baartmans: “Systeemhuizen concurreren niet op kleur. Ze gaan altijd uit van standaard kleuren. Als je iets speciaal wilt, kan het wel, maar daar ze gaan niet zelf mee komen.”

MVL-16

Technische complexiteit
Frank De Cock haalde het al even aan, gevelmaterialen worden technisch steeds complexer, omwille van de steeds hogere eisen. Hans Kubben: “Voor een opdrachtgever, architect en aannemer is het belangrijk dat zij zich omringen met de juiste technische mensen. Ook van ons wordt verwacht dat we een bepaalde technische knowhow inbrengen om van een project een succes te maken.” Paul De Smet kan dat beamen: “De gevel wordt technischer en technischer met vaak moeilijke details. Soms wordt ons zelfs gevraagd een oplossing te voorzien voor bepaalde technische knooppunten en deze tot op detailniveau uit te tekenen. Je bent als fabrikant bijna verplicht om een ingenieursbureau op te richten en om vervolgens het liefst op de bouw ook nog te controleren of het uitgevoerd is, zoals bedacht. Dat is een heel moeilijke oefening en eigenlijk niet haalbaar.” Reginald Schellen adviseert fabrikanten om oplossingen en producten desondanks niet te moeilijk te maken. “Keep it simple,” zegt hij. “Kennis verdwijnt. Ook onder architecten. We hebben te maken met een instroom van mensen die totaal niet technisch onderlegd zijn. Architectuur is tegenwoordig een universitaire opleiding. Studenten maken enorm veel nota’s en papers. Er is nauwelijks aandacht voor de techniek. Ze gaan niet eens meer bij een werf kijken. Studenten die net van school komen, moeten helemaal vanaf nul beginnen. Dat is best lastig voor bestaande architectenbureaus.”

MVL-2

Kennis overbrengen
Luc Timmermans vraagt zich af of alle fabrikanten in de toekomst de technische details moeten verzorgen en de architect bij de hand moeten nemen, zoals Paul De Smet eigenlijk al schetste? Reginald Schellen vreest van wel. “Bij veel (jonge) architectenbureaus is de technische kennis niet meer aanwezig. Daarom luidt mijn devies: houd het simpel en ondersteun de architect en plaatsers goed. De branchevereniging voor Belgische architecten (NAV) organiseert wel wat opleidingen, maar het zijn altijd dezelfde collega’s die ik tegenkom. En ook ik ken niet ieder detail van alle gevelmaterialen en vraag om feedback bij fabrikanten, om nog maar te zwijgen over de steeds veranderende wet- en regelging.” Philip Hilven: “Bij ons komen wekelijks bezoekers over de vloer, gaande van architecten, aannemers en plaatsers, die zich laten informeren over de verschillende mogelijkheden van poedercoaten. Op die manier proberen we ook een stukje kennis over te brengen.”

Stephan Rogge maakt zich op zijn beurt enigszins zorgen omwille van de technische complexiteit. “Het wordt inderdaad steeds technischer, maar we zien nog altijd cowboys die zich ook bemoeien met de gevel. Het is angstaanjagend dat die instap relatief eenvoudig is. Houten gevelbekleding bijvoorbeeld zit in de lift. We moeten echter opletten dat iedereen die een schaafmachine kan hanteren zich gevelbouwer gaat noemen. Een houten gevelbekleding vraagt om een perfect geventileerde constructie en gaat verder dan enkel een geschaafde plank. Als we alleen al kijken naar de technische vragen die we tegenwoordig krijgen, dan schort het aan kennis in de markt. Zo kwam ik laatst een perfect uitgevoerde geventileerde gevel tegen, maar met een klein minpunt; de onderkant was volledig dichtgekit. Waarom? Door gebrek aan kennis.”

MVL-10

Vakkundig personeel
Volgens Reginald Schellen is er in België geen gebrek aan werk in de bouwsector. Wel heeft hij twijfels over de vakkundigheid van de plaatsers. “Ook de kennis bij onderaannemers gaat zienderogen achteruit.” Luc Timmermans: “Ik sluit me aan bij Reginald als het gaat over de kundigheid van sommige plaatsers en zie met lede ogen aan hoe sommige dubieuze firma’s als onderaannemer optreden. Ze lijken te zijn geplukt op een of andere hoek van de straat. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. In de bouw wordt er nog relatief weinig geprefabriceerd – ook al is dat wel aan het veranderen – maar als een gevelplaat niet goed wordt gemonteerd, dan zie je dat direct. Wat er achter die gevelplaat allemaal mis gaat, blijft uit het zicht. Daar maak ik me zorgen over.” Reginald Schellen: “De vakman is langzaam aan het verdwijnen. Er is weinig instroom vanuit de vakscholen. We hebben bovendien te maken met veel Oost-Europeanen die de taal niet verstaan. Terwijl een goede gevelbouwer heel lucratief kan zijn.” Philip Hilven: “Je gaat het toch vaak afleggen tegen een partij die met Oost-Europeanen werkt. Die werkt goedkoper.” Ook Tom Janssens kan dat beamen: “Een partij die met eigen personeel inschrijft, weet vaak al op voorhand dat hij de zaak verliest.” Volgens Luc Timmermans zal er daarom iets moeten veranderen in de manier waarop aanbestedingen gebeuren, zeker in de publieke sector. “Er geldt vaak slechts één criterium en dat is de prijs. In Duitsland doen ze dat beter; de partijen met het laagste en hoogste bod worden op voorhand al geschrapt. Dat garandeert geen kwaliteit, maar voorkomt dat cowboys aan de slag gaan.”

MVL-6

Bouwteam
Tom Janssens: “Materialen specificeren we tegenwoordig beter en beter in aanbestedingen, maar naar personeel toe worden heel weinig eisen gesteld. Zo lang we geen manier gaan vinden om eisen te stellen naar personeel of opleidingsniveau blijft het een probleem.” Volgens Reginald Schellen is dat in het verleden wel gebeurd. “Voor het verwerken van bepaalde producten werd een certificaat geëist. Verwerkers moesten een cursus volgen die werd afgesloten met een attest voor gecertificeerd plaatser. Dan ben je als opdrachtgever verzekerd van de kwaliteit. En fabrikanten kwamen voor de bouw van start ging alle details controleren.” Luc Timmermans: “Wettelijk gezien mag dat helaas niet meer, omdat het de vrije concurrentie tegenhoudt. We doen ook veel inspanningen op gebied van trainingen voor plaatsers, maar als aan het einde van de rit diegenen die we getraind hebben, het werk niet krijgen, zijn we nog geen stap verder. Althans, niet op dat project.” Gelukkig constateert Reginald Schellen ook een positieve evolutie. “In een bouwteam gaan architect, aannemer en opdrachtgever samen zitten en selecteren de materialen, onderaannemers, et cetera. Dan is kwaliteit over het algemeen belangrijker dan de prijs. Zeker als de aannemer ook nog verantwoordelijk is voor het onderhoud gedurende een bepaalde periode.” Ook Remco Baartmans ziet het als een positieve evolutie dat een aannemer een bepaalde verantwoordelijkheid krijgt in de onderhoudstermijn. “Dan wordt er voor kwaliteit gekozen. Zo is de gevel van de parkeergarage van het Amphia ziekenhuis in Breda omwille van de onderhoudstermijn uitgevoerd in geanodiseerd aluminium in plaats van gelakt staal zoals oorspronkelijk bedacht. Het is duidelijk dat hij geen omkijken wil hebben naar de gevel. We zien inderdaad zelden dat er onderhoud wordt gepleegd.”

MVL-13

Onderhoud
Onderhoud is misschien wel het grootste probleem in de coatingindustrie, zegt Frank De Cock. “Men gaat er niet vanuit dat je een coating periodiek moet reinigen, maar gaat anderzijds wel elke twee weken met de auto naar de wasstraat om de glans te behouden. Vreemd, want het gaat hier om hetzelfde laksysteem. Ook slecht opgeleide glazenwassers vormen een risico. De glazenwasser maak het glas mooi schoon en doet niets anders dan alle smurrie in de hoeken van elk profiel of gevelelement te duwen. Dat zijn broeihaarden van eventuele corrosie of een chemische aanval op een coating. Als coatingsystemen niet onderhouden worden, kan je nog een super durable kwaliteit aanbieden, maar het eindeffect is dat de coating niet goed blijft. Periodiek onderhoud is noodzakelijk.” Luc Timmermans: “Dat geldt ook voor onze gevelplaten, maar gebeurt niet. Vaak zit de regenzijde vol mos. Vuil trekt immers mos aan. Het verschil met baksteen is dat vuil op baksteen als ‘natuurlijk patina’ wordt gezien en bij plaatmateriaal als vervuiling,” lacht hij. Remco Baartmans: “Er wordt niet gereinigd, want de materialen die gebruikt worden zijn hoogwaardiger dan ooit tevoren. Daarom blijft een gebouw toch langer mooi.” Frank De Cock: “Ik ben het wel met Remco eens, maar het is natuurlijk een vreemde spagaat dat er enerzijds een maximale duurzaamheid wordt geëist van onze producten, maar als het gaat om onderhoud er niemand thuis is. Terwijl onderhoud juist een heel belangrijk onderdeel is van duurzaamheid.”

GRF
Frank De Cock pleit voor een duidelijke richtlijn voor onderhoud. “Qualicoat is een wereldwijde specificatie rond richtlijnen om goed gelakt materiaal te krijgen. Ik herinner mij 25 jaar geleden een vergelijkbaar concept voor de gevel- en glazenwasser: Qualiclean. Een keurmerk waarbij gegarandeerd is dat met de juiste producten op de juiste manier wordt gereinigd. Dat is echter nooit doorgezet. Het is een gebrek in de markt vandaag, in de duurzaamheid die we toch allemaal willen nastreven.” Remco Baartmans: “In Duitsland hebben ze dat wel goed geregeld. De Gütegemeinschaft Reinigung von Fassaden is een stichting van gecertificeerde schoonmaakbedrijven met richtlijnen voor het schoonmaakproces van verschillende typen gevels en bijbehorende producten. Hier kunnen we een voorbeeld aan nemen.”

MVL-19

Prijs
Volgens Tom Janssens is er desondanks een toenemende vraag naar kwaliteit. “Wij merken bijvoorbeeld een groeiende belangstelling voor coatings in hogere weerstandklasses.” Frank De Cock: “Het merendeel van de grote(re) gebouwen wordt echter nog altijd in een klasse 1 uitgevoerd. Puur vanwege de prijs.” Omwille van die prijs durven opdrachtgevers ook nog altijd vrolijk materiaal uit het verre oosten te importeren, vult Philip Hilven aan. “Ook wij moeten als jobcoater tegenwoordig concurreren met partijen uit Turkije en China. Ze beloven van alles, ook als het gaat om garanties. maar nemen vaak een loop met de kwaliteit en gestelde eisen, terwijl het materiaal wel in openbare gebouwen wordt gestoken.” Dat gaat volgens Tom Janssens alleen maar erger worden als we producten uit landen laten invoeren die het niet zo nou nemen met de regelgeving. “En als je kijkt naar het prijsvoordeel op de totale bouwsom, dan spreek je over cijfers achter de komma.” Als je nieuwe ramen moet steken of panelen moet vervangen omdat de kleur is vervaagd, dat is pas kostelijk, vult Hans Kubben aan.

Garanties
Stephan Rogge vraagt zich af of de vraag naar langere garantietermijnen ook leeft in België? “Ik was laatst op de beurs Vision in Londen en daar spraken collega’s over garantietermijnen van twintig tot wel veertig jaar.” Philip Hilven: “Commerciële systeemhuizen etaleren inderdaad met twintig, vijfentwintig tot zelfs wel dertig jaar garantie. Wij als jobcoater zijn eigenlijk de tussenpersoon van die garantie. Maar kijk je in de voorwaarden dan staat er letterlijk ‘de lak moet blijven hangen’. Niemand die daar één seconde over nadenkt. Wij kunnen natuurlijk garanderen dat de lak blijft hangen gedurende die periode. Langer ook zelfs. Er wordt helaas niet gesproken in de garantievoorwaarden over vergelen, verkleuren of verglazen.” Hans Kubben: “We kunnen prima tot dertig jaar garantie geven op kleurbehoud en corrosie, maar dan moet het onderhoud wel aantoonbaar zijn en contractueel worden vastgelegd.”

MVL-14

Remco Baartmans: “In Engeland geven ze levenslang garantie op anodiseerwerk, zoals bronsgekleurd aluminium. Omdat daarin geen pigmenten worden gebruikt, heeft UV geen invloed. Ook wij geven veertig jaar garantie op British Standard. Standaard is 25 jaar garantie op alle overige kleuren. Dat wordt gewaardeerd door architecten. We kunnen dat ook onderbouwen met een rapport van Professor Stacey die een groot aantal gebouwen heeft onderzocht, niet alleen op het gebied van anodiseren, ook voor lakken. Probleem is wel dat producten vijftig jaar geleden onder andere omstandigheden zijn geanodiseerd. Voor het coaten geldt dat nog veel sterker. Een lak van tien jaar geleden is niet meer te vergelijken met die van nu. Laat staan die van twintig jaar geleden. De progressie in de kwaliteit van oppervlaktetechniek is enorm.”

Frank De Cock stelt dat niemand zich meer om een gevel bekommert als eenmaal de officiële opening achter de rug is. “Vooral in Dubai, waar gevelonderhoud door de weersomstandigheden misschien nog wel belangrijker is, is het schrijnend om te zien in welke staat de gevels van vrij recente gebouwen verkeren.” Philip Hilven: “Het zou wel eens goed zijn om gevels tien jaar na realisatie nog eens aan een inspectie te onderwerpen. Prijsvechters komen dan vanzelf bovendrijven, ze kunnen echt niet tippen aan de kwaliteit die wij hier in West-Europa nastreven. En opdrachtgevers zullen dan voortaan andere keuzes maken.” Frank De Cock vult aan: “Dan houd je prijsvechters inderdaad buiten.”

De heren aan tafel geven hieronder ieder een korte toelichting op de laatste innovaties en ontwikkelingen binnen hun vakgebied.

Gevelbeplating
Luc Timmermans van Trespa: “We blijven ons toespitsen op het concept van de geventileerde gevel waarin de Trespa plaat een zeer belangrijk onderdeel is. We zien een duidelijke trend naar matte decors, met name in grijsachtige tinten. Een trend die niet van voorbijgaande aard is, omdat het tijdloos is.”

Poeders
Hans Kubben van Oxyplast: “Qualicoat klasse 2 poeders bestaan al een tiental jaren, maar werden nog niet breed gedragen. Dat begint nu meer en meer te komen, waarbij we de UV weerstand en corrosiebestendigheid weerleggen naar tien, twintig en soms zelfs tot dertig jaar. Daarnaast is er meer vraag naar specifieke poeders, zoals anti-graffiti.” Tom Janssens van Oxyplast vult aan: Ook zetten we in op de ontwikkeling van poeders die makkelijker zijn in onderhoud. Zo kan man van één of twee keer per jaar onderhoud naar één keer in de twee jaar. Daarnaast winnen low bake poeders aan populariteit.”

Poedercoating
Philip Hilven van Alural: “Ongeacht het feit dat we steeds meer kleinere runs draaien, omdat er steeds meer variatie gevraagd wordt in kleur, draaien we het gros van onze omzet op RAL 9005. Om tot een optimaal eindproduct te komen, informeren we onze klanten over de voorbehandeling en het verschil tussen een esthetische en corrosie garantie. Daarnaast besteden we veel aandacht aan scholing. Dagelijks komen voorschrijvers eb plaatsers op bezoek om de mogelijkheden te bekijken.”

MVL-22

Folies
Paul De Smet van Dörken: “We staan bekend als pionier in het ontwikkelen van damp-open membranen, specifiek voor open gevels. Nu gaan we in plaats van zwart en antraciet kleurige membranen ook gekleurde varianten op de markt brengen. En ook met zelfklevende strips voor de verlijming van de overlappingen. Dit als antwoord op de trend van meer vraag naar kleur en een evolutie naar gevelbekleding met open voegen.”

Anodiseren
Remco Baartmans van Alumet: “We zijn met een aantal zaken bezig. Enkele jaren geleden hebben we ons assortiment vergroot van negen basistinten naar 24 tinten. Dit jaar promoten we geborstelde tinten. Het geeft een andere kleurbeleving dan een matte afwerking. Ook relatief nieuw is het anodiseren van meerdere kleuren op één paneel; Panelox noemen we dat. Tot slot starten we volgend jaar met de bouw van een anodiseerlijn om meer tinten grijs te kunnen anodiseren.”

MVL-20

Poeders
Frank De Cock van Axalta: “We hebben onlangs een nieuw kleurenpakket geïntroduceerd – Iconica – en investeren fors in ‘easy to spray’. We geloven absoluut dat er een trend is naar klasse 2 poeders, maar alleen voor de grotere gebouwen. Zo hebben we een nieuw assortiment uitgebracht met super durable poeders die op een speciale manier geproduceerd zijn, zodanig dat ze makkelijk te verspuiten zijn. En dat geldt ook voor onze klasse 1 poeders. Op die manier zorgen we ervoor dat coaters die vandaag 95% klasse 1 producten toepassen dat die tenminste competitief zijn met poeders van producenten die alleen concurreren op prijs.”

Houten gevelbekleding
Stephan Rogge van Outdoor Wood Concepts: “We zijn van mening dat een houten gevelbekleding meer is dan een geschaafde plank en nemen een voortrekkersrol op gebied van technische detaillering. We hebben een technisch dossier laten uitwerken in samenwerking met een studiebureau voor onze twee meest bekende gevelconcepten met drie verschillende gevelconstructies en negentien verschillende details per opbouw. De architect kan ze op onze website downloaden. Daarnaast hebben we met fisscher een speciale plug ontwikkeld voor onze Ventiwood, zodanig dat bij montage geen diagonale plug en dubbele lat meer nodig is die de montage onnodig complex maakt.”